De geschiedenis van de chilisalpeter en de betekenis ervan voor de noordelijke landbouw Op zondag 2 februari 2020 om 15:00 uur organiseert het Fries Landbouwmuseum een lezing over de geschiedenis van de chilisalpeter en de betekenis ervan voor de noordelijke landbouw. Inleider is schrijfster en schilder Aafke Steenhuis, van oorsprong een Groningse maar al jaren in Amsterdam woonachtig. Revolutie Voor de komst van de kunstmest, zochten boeren naar allerlei manieren om hun land vruchtbaar te houden. Terpen werden afgegraven om met de vruchtbare terpaarde de grondkwaliteit te verbeteren. Verder werden stoffen als menselijke uitwerpselen uit de steden, kalk, beendermeel, vodden, roet en as gebruikt. Het zelfde gebeurde op de zandgronden met plaggen en stalmest. Vanaf halverwege de 19e eeuw haalde men uit de kustgebieden van Chili en Peru vogelstront de zogenaamde guano. Maar na enkele jaren gebruik voldeed de guano niet meer. Toen ontdekte men in de Atacamawoestijn in Chili een zoutachtige stof: chilisalpeter. Het zou een revolutie teweeg brengen in de landbouw. Het chilisalpeter zorgde voor een grote bedrijvigheid in het feitelijk onbewoonbare gebied. Honderdduizenden mensen werkten in deze industrie, onder vaak erbarmelijke omstandigheden. De ontginning van het chilisalpeter begon omstreeks 1830. De productie piekte tijdens de Eerste Wereldoorlog, toen veel salpeter werd gebruikt voor de fabricage van springstoffen. Van 1879 tot 1884 voerde Chili zelfs een ‘Salpeteroorlog’ met Bolivia en Peru om de salpetervelden in bezit te krijgen. Schepen Als kind in Delfzijl maakte Aafke Steenhuis mee, hoe grote schepen uit Zuid-Amerika met chilisalpeter aanmeerden in de haven. Later, als journaliste in Chili, ontdekte ze dat chilisalpeter uit het noorden van Chili komt. In haar boek Windjammers in Delfzijl; De route van de chilisapeter (2003) reist Aafke Steenhuis door de Atacamawoestijn, ze bezoekt oude salpetermijnen en spookdorpen, en de Chilieense haven Iquique van waaruit de meststof in grote viermastbarken en later in gemotoriseerde schepen naar Europa werd geëxporteerd. De schrijfster zeilt met een voormalig salpeterschip, de Kruzenshtern, over de Atalantische Oceaan en de Noordzee om uiteindelijk in de haven van Delfzijl aan te komen, vroeger een belangrijke salpeterhaven. Aan de ene kant van de wereld werd het zout uit miljoenen jaren oude zandlagen gedolven, aan de andere kant van de aardbol werd het weer in de aarde gestrooid. Naar aanleiding van haar boek is de film ‘Het witte goud’, gemaakt na de lezing zullen fragmenten uit deze film vertoond worden De entree bedraagt 10 euro incl. museumbezoek en 2 consumpties . Aanvang lezing 15:00 uur. Zie voor meer info en toegangskaarten zie www.frieslandbouwmuseum.nl

Geplaatst op 21 januari, 2020 om 11:28 | In de categorie:

Op zondag 2 februari 2020 om 15:00 uur organiseert het Fries Landbouwmuseum een lezing over de geschiedenis van de chilisalpeter en de betekenis ervan voor de noordelijke landbouw. Inleider is schrijfster en schilder Aafke Steenhuis, van oorsprong een Groningse maar al jaren in Amsterdam woonachtig.

Revolutie

Voor de komst van de kunstmest, zochten boeren naar allerlei manieren om hun land vruchtbaar te houden. Terpen werden afgegraven om met de vruchtbare terpaarde de grondkwaliteit te verbeteren. Verder werden stoffen als menselijke uitwerpselen uit de steden, kalk, beendermeel, vodden, roet en as gebruikt. Het zelfde gebeurde op de zandgronden met plaggen en stalmest.
Vanaf halverwege de 19e eeuw haalde men uit de kustgebieden van Chili en Peru vogelstront  de zogenaamde guano. Maar na enkele jaren gebruik voldeed de guano niet meer.
Toen ontdekte men in de Atacamawoestijn in Chili een zoutachtige stof: chilisalpeter. Het zou een revolutie teweeg brengen in de landbouw.

Het chilisalpeter zorgde voor een grote bedrijvigheid in het feitelijk onbewoonbare gebied. Honderdduizenden mensen werkten in deze industrie, onder vaak erbarmelijke omstandigheden. De ontginning van het chilisalpeter begon omstreeks 1830. De productie piekte tijdens de Eerste Wereldoorlog, toen veel salpeter werd gebruikt voor de fabricage van springstoffen. Van 1879 tot 1884 voerde Chili zelfs een ‘Salpeteroorlog’ met Bolivia en Peru om de salpetervelden in bezit te krijgen.

Schepen
Als kind in Delfzijl maakte Aafke Steenhuis mee, hoe grote schepen uit Zuid-Amerika met chilisalpeter aanmeerden in de haven. Later, als journaliste in Chili, ontdekte ze dat chilisalpeter uit het noorden van Chili komt. In haar boek Windjammers in Delfzijl; De route van de chilisapeter (2003) reist Aafke Steenhuis door de Atacamawoestijn, ze bezoekt oude salpetermijnen en spookdorpen, en de Chilieense haven Iquique van waaruit de meststof in grote viermastbarken en later in gemotoriseerde schepen naar Europa werd geëxporteerd. De schrijfster zeilt met een voormalig salpeterschip, de Kruzenshtern, over de Atalantische Oceaan en de Noordzee om uiteindelijk in de haven van Delfzijl aan te komen, vroeger een belangrijke salpeterhaven. Aan de ene kant van de wereld werd het zout uit miljoenen jaren oude zandlagen gedolven, aan de andere kant van de aardbol werd het weer in de aarde gestrooid. Naar aanleiding van haar boek is de film ‘Het witte goud’, gemaakt na de lezing zullen fragmenten uit deze film vertoond worden

De entree bedraagt 10 euro incl. museumbezoek en 2 consumpties .
Aanvang lezing 15:00 uur. Zie voor meer info en toegangskaarten zie www.frieslandbouwmuseum.nl